InleidingWat is liaisonpsychiatrie?Voor wie is liaisonpsychiatrie?De huidige situatie in VlaanderenEigenschappen van een geïntegreerd model
Operationalisering van een geïntegreerd model
SamenvattingLiteratuur |
|
Inleiding Naast het uitvoeren van opnames, raadplegingen en urgentiepsychiatrische activiteiten, is consultatieve en liaisonpsychiatrie één van de functies van het Psychiatrisch Aanbod in het Algemeen Ziekenhuis (hét PAAZ). In het Engels spreekt men van Consultation-Liaison Psychiatry: CLP. Het Nederlands taalgebruik is minder duidelijk. Immers zowel consultatieve als liaisonactiviteiten vallen onder dezelfde noemer: liaisonpsychiatrie. Ook in wat volgt zal deze betekenis behouden blijven. Er werd vertrokken van een selectie van de zeer uitgebreide nationale en internationale literatuur. De opvallende bevinding uit de ECLW-studie (Huyse et al, 2000) dat liaisonpsychiatrie in elk van de Europese landen anders wordt ingevuld, lag mee aan de basis om ook voor het eigen land een model voor te stellen. [2] |
|
Wat is liaison-psychiatrie? Vertrekkend vanuit het bio-psycho-sociaal model van de geneeskunde is liaisonpsychiatrie een psychiatrisch ‘sub-specialisme’ dat zich specifiek richt op de interface soma-psyche in het algemeen ziekenhuis. Psyche staat hier voor sociale en psychologische factoren. Het belang van goed uitgebouwde liaisonpsychiatrie-diensten in algemene ziekenhuizen wordt al jaren onderstreept (House et al. 1995). Als argumenten werden aangebracht:
Bij een definiëring van liaisonpsychiatrie moet onderscheid gemaakt worden tussen consultatieve en liaisonactiviteiten. De consultatieve activiteiten verwijzen naar het ad hoc geven door een psychiater van adviezen bij patiënten die in het algemeen ziekenhuis verblijven of op raadpleging komen. De liaison activiteiten verwijzen naar een meer gesystematiseerde samenwerking tussen orgaanspecialist en psychiater, binnen teams en binnen verschillende disciplines zoals pijnklinieken, fertiliteitscentra e.a. (Lipowski 1991, Van Daele 1997). |
|
Voor wie is liaison-psychiatrie? Liaisonpsychiatrische interventies richten zich rechtstreeks of onrechtstreeks (via de somatische behandelteams) op de patiënt in het algemeen ziekenhuis. De verschillende doelgroepen van patiënten worden in de literatuur op zeer verschillende manieren ingedeeld. Een voorbeeld hiervan is de indeling van Ramirez (1997):
Vanuit organisatorisch perspectief maakt men in België ook verschillende indelingen. De indeling in leeftijdsgroepen is klassiek aan het worden. De permanente werkgroep psychiatrie van de NRZV benoemde 6 psychiatrische subdoelgroepen in het algemeen ziekenhuis. (NRZV 1998)
Geen enkele indeling lijkt voor de patiënt veel voordelen op te leveren. Toch is het van belang om wel degelijk enige ordening aan te brengen omwille van economische, wetenschappelijke en registratieve overwegingen. |
|
De huidige situatie in Vlaanderen Voor zover ons bekend zijn er geen Vlaamse cijfers bekend over het soort en het aantal psychiaters dat liaisonpsychiatrie beoefent en de hoeveelheid tijd die zij hieraan besteden. Dit is in tegenstelling tot de situatie in de Verenigde Staten en in Groot-Brittanië (Noyes et al 1992, Mayou 1987). Zeer rudimentair schatten we in dat er in Vlaanderen op een viertal manieren liaisonpsychiatrie wordt beoefend:
Wat betreft bestaffing (aantal full time equivalenten van de verschillende disciplines per 100 bedden) en financiering van liaisonpsychiatrie-activiteiten, lijken de regelingen erg uiteen te lopen en zijn onvoldoende cijfers bekend. |
|
Eigenschappen van een geïntegreerd model Vanuit de voorgaande lezing van de literatuur menen we dat bij een verdere uitbouw van de liaisonpsychiatrie naar integratie moet gestreefd worden. Een geïntegreerd liaisonpsychiatrisch model functioneert multidisciplinair, subsidiair, met een dubbele focus, organisatorisch geïntegreerd en transparant.
|
Bifocaal gericht Liaisonpsychiatrie richt zich zowel op de patiënt zelf als op de hoofdbehandelaars/behandelteams, soms tegelijkertijd, soms niet (NRZV, 1998). Geen enkele patiënt zal liaisonpsychiatrisch behandeld worden zonder voorafgaandelijk overleg met de hoofdbehandelaar/behandelteam. Hoofdbehandelaars behouden steeds de vrijheid om geformuleerde liaisonpsychiatrische adviezen al dan niet op te volgen. Wat betreft de patiëntgerichtheid vergt liaisonpsychiatrie een aangepaste opleiding en voldoende ervaring vanuit frequente patiëntencontacten, vooral omdat zowel diagnostiek als behandeling van psychiatrische morbiditeit bij somatische patiënten vaak verschillen van de ‘klassieke’ psychiatrische patiënt bv. psychofarmacologie bij somatische patiënten, diagnostiek van depressie bij chronische en andere aandoeningen (Mayou, 1997, Robinowitz en Nadelson, 1991). Het belang van een specifieke kennis over liaisonpsychiatrie en de moeilijkheid om op de hoogte te blijven van de meest recente ontwikkelingen en onderzoeksbevindingen wordt geïllustreerd door de oprichting in 1990 van de ‘International Consultation-Liaison Literature Database’ die sindsdien regelmatig up-to-date gehouden wordt (Strain, 1999). Wat betreft de focus op het behandelteam, kunnen twee manieren onderscheiden worden om de expertise op de werkvloer te helpen verbeteren:
Deze dubbele focus vergt een intensieve en ondubbelzinnige aanwezigheid van de leden van de liaisonpsychiatrische equipe in het algemeen ziekenhuis (Brown and Cooper, 1987). Organisatorische integratie Naast een zo groot mogelijke inhoudelijke en organisatorische integratie van alle activiteiten van het psychiatrisch aanbod (liaison, opname, raadpleging, urgentie) binnen het algemeen ziekenhuis zelf, dient de structuur van de liaisonpsychiatrie altijd ook een geformaliseerde schakel te zijn van de zorgprogramma’s en zorgcircuits die in de regio worden opgezet met de andere voorzieningen van gezondheidszorg. Door deze positionering krijgt de liaisonpsychiatrie een rol in de noodzakelijke convergentie en integratie van somatische gezondheidszorg (huisarts, specialist, thuiszorg, ...) en geestelijke gezondheidszorg (CGG, Psychiatrisch Ziekenhuis, Beschut Wonen, vrij gevestigde psychiaters/therapeuten, CAD, welzijnszorg etc…) (Werkgroep Geestelijke Gezondheidszorg VGR 2001, NVRZ 1997). |
Organisatorische integratie kan alleen ontstaan en blijven bestaan wanneer voldoende interesse, vertrouwen en overleg aanwezig is tussen enerzijds de zorgverleners onderling (artsen/verpleegkundigen, psychologen en maatschappelijk werkenden binnen en buiten de verschillende voorzieningen) en anderzijds tussen zorgverleners en bestuurders (directie, medische raad, zorgcircuits,…). Transparantie Patiënten, familieleden, verwijzers (huisartsen, specialisten,..) en het voltallige ziekenhuispersoneel dienen goed op de hoogte te zijn van het bestaan van de liaisonequipe. De rechtstreekse bekendheid met de personen, de disciplines en de methodologieën is van groot belang (Brown en Cooper 1987). Dit vergt een zorgvuldige profilering/affichering van en in de organisatie. Er wordt zelfs gepleit voor een actieve ‘marketing’ benadering (Pincus 1987). Ook blijkt alleen de beschikbaarheid, dus een ‘niet-wervende’ liaisonpsychiatrische dienst, niet noodzakelijk te leiden tot meer verwijzingen en een betere hulpverlening voor de psychiatrische problemen van somatische patiënten (Chandarana et al 1988). Anderzijds kan de adequaatheid van het verwijspatroon wel degelijk beïnvloed worden wanneer systematisch feed-back gegeven wordt aan de verwijzers (Vaz, 1996). Voor een inhoudelijk kwalitatieve en wetenschappelijke beleidsvoering en bijsturing is een klinisch bruikbare, uniforme en zo tijdseconomisch mogelijke registratie van alle activiteiten aangewezen (Werkgroep registratie, 2000). |
|
Operationalisering van een geïntegreerd model Voor wat de operationalisering betreft, houdt een geïntegreerd model van liaisonpsychiatrie in dat alle in het algemeen ziekenhuis aanwezige elementen die gericht zijn op liaisonpyschiatrische dienstverlening, zoveel als mogelijk worden bijeengebracht en bijeengehouden. Indien nodig worden hier nieuwe elementen aan toegevoegd. Deze vormgeving vraagt enige toelichting over de organisatie en structuur, personeel en financiering.
|
*voorstel Het contrast tussen de epidemiologische gegevens over psychiatrische comorbiditeit bij medische patiënten (30-60 %) (Bonami 1995) en de lage medisch-psychiatrische bestaffing is hier het opvallendst. Bij wijze van provocerende denkoefening kunnen de epidemiologische gegevens omgezet worden in aanwijzingen over hoeveel psychiaters nodig zijn. Men kan deze berekening maken per aantal bedden of per aantal opnames per jaar. Vooral dit laatste moet worden benadrukt. Stel per 100 medische bedden met een gemiddelde ligduur per opname van 10 dagen. Dit betekent +/- 35 opnames per bed per jaar. Dit betekent per 100 bedden 3500 opnames per jaar. Indien 30-60 % van deze patiënten een psychiatrische comorbiditeit vertonen die medisch-psychiatrische aandacht verdient, betekent dit 1050-2100 patiënten per 100 bedden per jaar die een liaisonpsychiatrisch consult nodig hebben. Indien we er van uitgaan dat 1 full time liaisonpsychiater binnen het geheel van zijn/haar activiteiten +/- 7 nieuwe patiënten per dag kan zien, betekent dit op 220 werkdagen 1540 nieuwe patiënten per jaar. Dit zou betekenen dat per 100 bedden 1 FTE liaisonpsychiater nodig is om de werkelijke –epidemiologisch aangetoonde- psychiatrische comorbiditeit aan te pakken. In die zin lijkt de beschreven personeelsbezetting van Stewart et al. dit het meeste te benaderen (0.57 FTE psychiater per 100 bedden). |
Voor de bestaffing van de andere disciplines lijkt een empirische benadering waarbij men vertrekt vanuit bepaalde (minimum)vereisten voor de samenstelling van een multidisciplinair liaison-team (zie bv Bonami 1995) en waarbij men vanuit een grondige registratie van de werkbelasting de bestaffing voortdurend evalueert, op dit moment de meest haalbare kaart. Een definitieve gouden standaard is immers niet meteen verdedigbaar vanuit de bestaande gegevens. Financiering
|
|
|
Conclusie Op basis van literatuurgegevens worden argumenten aangehaald en voorstellen gedaan om de liaisonpsychiatrie te integreren in de bestaande culturen en structuren van algemene ziekenhuizen en haar een meer zichtbare plaats toe te bedelen in het geheel van de gezondheidszorg. Er wordt gepleit voor een formele en inhoudelijke integratie. ‘Liaison’ impliceert immers samenwerking, geïntegreerd en integrerend, waarbij de liaisonpsychiater helpt om de link, de ‘verbinding’ tussen lichaam en geest, de verhouding tussen somatische en psychosociale factoren bloot te leggen en van hieruit eventueel het management van de patiënt mee te gaan sturen in een multidisciplinaire equipe. Deze implicatie maakt de kern uit van dit document. |
|
Literatuur
|
|
|
|
